PostHeaderIcon Eerste lustrum van een niet-regionalisering: iemand in feeststemming?

belgie_vlaanderen_wallonieHet is deze maand vijf jaar geleden dat de tweede, en vooralsnog laatste, poging tot regionalisering van het Belgische hockey strandde. Be-hockey.com vroeg me om, naar aanleiding van deze verjaardag, enkele beschouwingen te wijden aan het onderwerp.

1. Recept voor een mislukking

Zoals ik het mij herinner moet het rond de eeuwwisseling geweest zijn dat Jacques Lechat en ikzelf een bondgenootschap stichtten om het proces van de regionalisering van het Belgische hockey op gang te krijgen. We ondernamen actie op twee fronten tegelijkertijd: enerzijds moest het Bondbestuur overgehaald worden de regionalisering te agenderen en anderzijds moest de idee ook ingang vinden bij de clubs. Tegen de tijd dat er zich binnen het Bondsbestuur een kleine meerderheid "pro" had gevormd en de discussie bij de clubs volop aan de gang was, begon de motor van de samenwerking tussen Jacques en mezelf te sputteren.

Er was, zeker bij mezelf, een belangrijk element vermoeidheid. Na de vele maanden schrijven en aanpassen van allerlei nota's en discussiëren met twijfelaars en tegenstanders, leek het resultaat me nogal povertjes. Enerzijds bleek het bondsbestuur uiteindelijk maar een "lauwe minnaar" die de regionalisering voornamelijk zag als een financiële operatie. Anderzijds waren heel wat hardnekkige tegenstrevers niet vatbaar voor rationele argumenten; hun verzet kwam - zo leek het - hoofdzakelijk voort vanuit een soort van patriottische oprisping tegen de gefederaliseerde staatsstructuur van dertig jaar voordien. Zij bevochten de regionalisering vanuit een verkeerd begrepen eigenbelang en begonnen een loopgravenoorlog.

Erger dan deze externe factoren, was de tweespalt die intussen tussen Jacques en mezelf ontstaan was. We hadden beiden onbetwistbaar als voornaamste doel de regionalisering te helpen tot stand te brengen, maar we hadden ieder van onze kant last met de dubbele agenda van de andere: Jacques had het er moeilijk mee dat ik de neiging had mezelf al als toekomstig coördinator van de Vlaamse hockey federatie te zien en ik verweet Jacques dat hij ietwat te nadrukkelijk de specifieke belangen van de nationale ploeg voor ogen had. Uiteindelijk werd ons tweemanschap gesplitst in plaats van de hockeybond...

2. Derde keer goede keer? Wat zijn de kritische succesfactoren?

Primordiaal lijkt me het vereiste dat een eventuele nieuwe poging tot regionalisatie moet uitgaan van de hockeybond zelf, en dit na het organiseren van een grootschalige informatiecampagne en een enquête bij de clubs. Het heeft geen zin de andere kritische succesfactoren te bestuderen, zolang er aan deze eerste basisvoorwaarde niet is voldaan.

Op vandaag ziet het er eerder naar uit dat de Bond, na twee mislukkingen, beslist heeft haar broek geen derde keer te scheuren aan een regionalisering. Voor zover ik het kan beoordelen ligt er momenteel niemand meer wakker van deze problematiek, zeker niet in Bondskringen.

Niet dat ik de Bond niet in zekere mate begrijp. Het is verleidelijk om naar de sterke resultaten van de nationale herenploeg én het fors gestegen ledenaantal te verwijzen: "We zijn toch goed bezig, waarom moeten we die oude draak van een regionalisering opnieuw roet in het eten laten spuwen". Wat de nationale ploeg betreft is de Bondspolitiek van het voorbije decennium inderdaad bijzonder succesrijk geweest. Dit succes sterkt mij maar nog eens in mijn overtuiging dat de nationale ploegen, zeker op korte termijn, perfect voort kunnen zonder een regionalisering. Zolang de resultaten blijven wat ze zijn, zal het B.O.I.C. wel bijspringen waar nodig.

3. Belooft een regionalisering een grote stap voorwaarts voor het Belgische hockey?

Unitaire sportbonden staan haaks op de sociaal-politieke realiteit in ons land. Sport en infrastructuur behoren al bijna zo' n veertig jaar tot de bevoegdheid van gemeenschappen en gewesten. Zelfs de laatste grote overblijvende dinosaurus van de vorige eeuw heeft nu beslist te gaan regionaliseren.

Iedereen die echt van het Belgische hockey houdt en niet gehinderd wordt door particuliere tegengestelde belangen, kan niet anders dan de immense extra mogelijkheden van een regionalisering in te zien. Niet regionaliseren komt neer op het verder zetten van een nefaste struisvogelpolitiek. Eens komt toch de dag dat men zich aan de realiteit zal moeten aanpassen. Maar ik eindig, want zegt niet het spreekwoord: wat baten kaars en bril als den uil niet zienen wil?

Tot zover mijn blik in de achteruitkijkspiegel. Mocht ik door het fenomeen van de "dode hoek" een aantal zaken niet of slecht gezien hebben, graag jullie reactie.


NVDR : Piet Vandeputte was tevens de auteur van de eerste columns op onze site over dit onderwerp... 5 jaar geleden dus alweer! Klik hier voor "Ceci n'est pas une fédéralisation" en "Reflexiones Madrileños" !

Comments (3)add comment

Mineure en vader said:

...
Als mineure speler zou ik het zonde vinden enkel nog tegen Vlaamse clubs te kunnen spelen, maar als ouder van jeugdspelers zie ik de noodzaak van uitbreiding van de velden en daar kan die splitsing een bonus betekenen voor de Vlaamse clubs die het voor het grootste deel nog zonder subsidies moeten stellen.
April 01, 2009

Ernst Baart said:

...
Waarschijnlijk zijn het die onuitroeibare Hollandse genen (ondanks al meer dan 35 jaar Antwerpen en België) die maken dat ik mij blijf verbazen over de Belgische politiek... Even waarschijnlijk is dat grotendeels ten onrechte want zo uitzonderlijk is het Belgische politieke landschap met meerdere gemeenschappen nu ook weer niet. Denk maar aan Duitsland met zijn verschillende Länder, Groot-Brittannië met Schotten, Ieren, Engelsen en Welshmen, de USA waar je California ook niet direct kan vergelijken met Alaska, enzovoort... Waarschijnlijk is het bij ons iets meer gepolariseerd omdat er maar twee gemeenschappen "tegen over elkaar" staan (even abstractie maken van het Brusselse en de Duitstalige Belgen)... Maar het blijft voor mij een vreemd fenomeen, vooral als in dit kleine landje men ervoor kiest zaken als sport te gaan splitsen over meerdere bevoegde organen. Maar de realiteit is daar nu eenmaal en zoals Piet terecht aanhaalt : "unitaire federaties staan haaks op de sociaal-politieke realiteit in ons land" !
Dan kan men kiezen voor Don Quichote -achtige achtehoede gevechten en tegen beter weten in blijven vasthouden aan dat voor de overgrote meerderheid der Belgen al lang vergeten unitaire gedachtengoed. Mensen met idealen zijn een groot goed voor de maatschappij en we moeten dankbaar zijn dat wij in een deel van de wereld leven waar afwijkende gedachten getolereerd worden en waar men op tijd en stond zelfs open staat voor andersdenkenden (conservatieven en vooruitstrevenden). Maar ondertussen moet in het dagdagelijkse ook zaken gerealiseerd worden en mag men niet stil blijven staan bij zijn dromen. Zo lang de dromen niet op korte termijn en realistisch een haalbare kaart zijn is het verstandig om te leven naar de dagelijkse realiteit van de maatschappij waarin men verkeert.
Het lijkt mij dan ook zinnig dat ook ons conservatieve hockeywereldje zich neerlegt bij de realiteit van ons land en dat is er een van een geregionaliseerd beleid. De overheden beginnen meer en meer te beseffen dat sport een wezenlijk deel uitmaakt van onze maatschappij en dat het ondersteunen van sport talrijke voordelen heeft voor diezelfde maatschappij. Lees in dat kader bijvoorbeeld ook maar eens de interessante open brief van het BOIC en diverse sportpersoonlijkheden (La Dernière Heure : http://www.dhnet.be/sports/omn...sport.html en Het Laatste Nieuws : http://www.hln.be/hln/nl/956/M...geld.dhtml ).
Maar als je daar als sport mee van wil profiteren en op inhaken zal je structuur aangepast moeten zijn aan de sociaal-politieke realiteit van ons land. Dus ligt het voor de hand dat de KBHB gesplitst zou moeten worden in een Nederlandstalige en een Franstalige federatie onder de nationale koepel ! Onder meer uit onze enquete begin dit jaar blijkt dat de tegenstanders van een dergelijke operatie zich bijna alleen maar beroepen op idealen en droombeelden van een unitair België. Alle andere bezwaren (al dan niet gefundeerd) zijn oplosbaar....
Vanzelfsprekend moet een dergelijk ingrijpende verandering goed voorbereid worden en met de juiste intenties worden uitgevoerd. Bij de vorige twee pogingen om de bond te splitsen was ik geen voorstander juist omwille van de verkeerde intenties. Ondertussen zijn er andere oplossingen gevonden voor wat toen misliep waardoor deze in se geen risico meer hoeven te zijn voor een nieuwe poging tot splitsing, mijns inziens...
Een goed onderbouwd project dat voorziet in de oprichting van twee nieuwe federaties kan een zegen betekenen voor de ondersteuning van lokale en regionale overheden voor de clubs (en de federaties) bij het verder uitbouwen van onze sport. Ik hoop dan ook dat binnenkort mensen zullen opstaan die deze kar willen trekken en er een gezond project van maken waar iedereen met een hart voor onze sport zich in zal kunnen vinden !
March 31, 2009

Een bezorgde bestuurder said:

...
Kleine bedenking voor de clubs; de gewesten beschikken inderdaad over middelen die de federale staat ons als club uit Vlaanderen niet kan geven. Erger nog ; de geringe subsidieringen doe er voor onze clubs via de gemeenten soms komt zou ook nog eens in gevaar kunnen komen. De gemeenten werken terecht ook met criteria om deze subsidies toe te staan : en daar zou het wel eens kunnen mislopen want een criterium dat nu reeds hier en daar gehanteerd word voor deze subsidies is het al dan niet bestaan van een topschortschool in de discipline in het bevoegd gewest. En zonder BLOSO = geen topsportschool = en niet gesplitst = geen steun van BLOSO : dus vergeet die lokale subsidies binnenkort ook maar.
March 30, 2009

Write comment
This content has been locked. You can no longer post any comment.

busy